Schaatsen over 66 kilometer leidingen
door Bert Janssen. zaterdag 30 augustus 2008 | 03:25
ENSCHEDE - De allereerste ijsvloer is aan het dooien, en niet omdat
de zomer haar comeback maakt.
Het is gepland. Techneuten in de IJsbaan Twente stellen hun gevoelige
apparatuur af. Bovendien kromp de hele baan door de eerste vorst welgeteld
zeven centimeter en wordt in die conditie de definitieve belijning getrokken.
Per 1 oktober wordt dit het domein van schaatsers, krabbelaars, ijshockeyers en wellicht ooit curling-spelers.
Rob van Hoof wijst op de 400 meterbaan met een vliesdun laagje water, onder het futuristische ruimteschip-dak. "Gewapend beton, 15 centimeter dik", zegt de technisch directeur van bouwer Systabo, een VolkerWessel-dochter.
In de vloer zit het geheim van de smid: 66 kilometer aan stalen leidingen van 21,3 millimeter dik, 25 millimeter diep in het beton, op tien centimeter parallel naast elkaar. Pijpen van twaalf meter per stuk zijn aaneen gelast tot een ingenieus luswerk. Lengte: van Enschede naar Almelo en terug. Vloeibare CO2 (kooldioxide), onder druk aangevoerd door twee hoofdleidingen, koelt de vloer tot min 10 graden en zo het waterlaagje tot ijspiste. "We kozen bewust voor koeling met CO2 via stalen leidingen, in plaats van het koelmiddel glycol door buizen van kunststof. Met CO2 is ijs beter en sneller te beheersen. Met dit systeem krijg je ijs zonder wasbordeffect; schaatsers weten dan wat ik bedoel", zegt Van Hoof.
De milieuvriendelijke CO2-installatie vergt een extra investering van 4,5 ton. "Maar we denken de energierekening met zeker 35.000 euro per jaar te drukken. Hier gaat CO2 dat overgaat in gas rond, in plaats van vloeistof, bijna zonder dat je hoeft te pompen. Dat scheelt."
Bij koelen ontstaat warmte, die tot de laatste graad wordt hergebruikt. In de machtige machinekamer, vol computergestuurde schroefcompressoren met 1800 kilowatt koelvermogen, pompen en tanks, winnen warmtewisselaars energie terug. Die 'stookt' de lucht in de hal, de vloeren van de kleedruimten, de jurytorens en KNSB-vertrekken, de technologische cockpit van de ijsmeesters, de horecazaken in skihutstijl, een riant VIP-honk met zicht op de baan plus het dweilwater.
Voor de twee Zamboni-dweilmachines staan tanks van vijf kuub klaar, met opgewarmd water van 50 graden erin. Het ijslaagje, dat er bij het dweilen wordt afgeschraapt, wordt gedooid met restwarmte. Toekomstige gebruikers schaatsen niet op kraanwater. De ijsbaan sloeg een eigen bron, zo'n zestig meter diep. Membranen zuiveren de mineralen eruit (via omgekeerde osmose), voordat het water in twee opslagtanks van veertig kuub komt. De techniek stamt van Thialf, al gaat het verhaal dat de ijsmeesters in Heerenveen een geheime substantie in hun 'wonderwater' mengen.
Van Hoof: "We gebruiken zo min mogelijk drinkwater en besparen zo tien- tot vijftienduizend kuub per jaar." Kost een paar cent (een ton), maar dat wordt verrekend in de huur.
Van buiten oogt de hal als een ruimteschip in een science fiction-film van Steven Spielberg. Door de bouw, met een geheel gesloten dak, hebben regen en wind (met zand) geen invloed zoals bij banen elders. Dat merken de rijders. "Deze baan is veel langer te gebruiken", stelt projectleider Gerrit Waanders, zelf fanatiek schaatser. De baan kan 25 weken per jaar draaien, van begin oktober tot eind maart. De kunst is om 180.000 kuub lucht goed te bewerken, voor de ideale temperatuur en luchtvochtigheid.
Stap voor stap nadert de opening. Maandag wordt de kunststof reclame-boarding voor het eerst opgeblazen en gaat de verlichting boven de baan aan. "Dan moet je de hal zien. Dat wordt een plaatje", straalt Waanders. Zelfs in de nazomer. De eerste sportieve test is op 22 oktober. Dan bindt het KNSB- marathoncircus de ijzers in Twente onder. Weer of geen weer.
Per 1 oktober wordt dit het domein van schaatsers, krabbelaars, ijshockeyers en wellicht ooit curling-spelers.
Rob van Hoof wijst op de 400 meterbaan met een vliesdun laagje water, onder het futuristische ruimteschip-dak. "Gewapend beton, 15 centimeter dik", zegt de technisch directeur van bouwer Systabo, een VolkerWessel-dochter.
In de vloer zit het geheim van de smid: 66 kilometer aan stalen leidingen van 21,3 millimeter dik, 25 millimeter diep in het beton, op tien centimeter parallel naast elkaar. Pijpen van twaalf meter per stuk zijn aaneen gelast tot een ingenieus luswerk. Lengte: van Enschede naar Almelo en terug. Vloeibare CO2 (kooldioxide), onder druk aangevoerd door twee hoofdleidingen, koelt de vloer tot min 10 graden en zo het waterlaagje tot ijspiste. "We kozen bewust voor koeling met CO2 via stalen leidingen, in plaats van het koelmiddel glycol door buizen van kunststof. Met CO2 is ijs beter en sneller te beheersen. Met dit systeem krijg je ijs zonder wasbordeffect; schaatsers weten dan wat ik bedoel", zegt Van Hoof.
De milieuvriendelijke CO2-installatie vergt een extra investering van 4,5 ton. "Maar we denken de energierekening met zeker 35.000 euro per jaar te drukken. Hier gaat CO2 dat overgaat in gas rond, in plaats van vloeistof, bijna zonder dat je hoeft te pompen. Dat scheelt."
Bij koelen ontstaat warmte, die tot de laatste graad wordt hergebruikt. In de machtige machinekamer, vol computergestuurde schroefcompressoren met 1800 kilowatt koelvermogen, pompen en tanks, winnen warmtewisselaars energie terug. Die 'stookt' de lucht in de hal, de vloeren van de kleedruimten, de jurytorens en KNSB-vertrekken, de technologische cockpit van de ijsmeesters, de horecazaken in skihutstijl, een riant VIP-honk met zicht op de baan plus het dweilwater.
Voor de twee Zamboni-dweilmachines staan tanks van vijf kuub klaar, met opgewarmd water van 50 graden erin. Het ijslaagje, dat er bij het dweilen wordt afgeschraapt, wordt gedooid met restwarmte. Toekomstige gebruikers schaatsen niet op kraanwater. De ijsbaan sloeg een eigen bron, zo'n zestig meter diep. Membranen zuiveren de mineralen eruit (via omgekeerde osmose), voordat het water in twee opslagtanks van veertig kuub komt. De techniek stamt van Thialf, al gaat het verhaal dat de ijsmeesters in Heerenveen een geheime substantie in hun 'wonderwater' mengen.
Van Hoof: "We gebruiken zo min mogelijk drinkwater en besparen zo tien- tot vijftienduizend kuub per jaar." Kost een paar cent (een ton), maar dat wordt verrekend in de huur.
Van buiten oogt de hal als een ruimteschip in een science fiction-film van Steven Spielberg. Door de bouw, met een geheel gesloten dak, hebben regen en wind (met zand) geen invloed zoals bij banen elders. Dat merken de rijders. "Deze baan is veel langer te gebruiken", stelt projectleider Gerrit Waanders, zelf fanatiek schaatser. De baan kan 25 weken per jaar draaien, van begin oktober tot eind maart. De kunst is om 180.000 kuub lucht goed te bewerken, voor de ideale temperatuur en luchtvochtigheid.
Stap voor stap nadert de opening. Maandag wordt de kunststof reclame-boarding voor het eerst opgeblazen en gaat de verlichting boven de baan aan. "Dan moet je de hal zien. Dat wordt een plaatje", straalt Waanders. Zelfs in de nazomer. De eerste sportieve test is op 22 oktober. Dan bindt het KNSB- marathoncircus de ijzers in Twente onder. Weer of geen weer.
Bron: De Twentsche Courand Tubantia 30 augustus 2008
Terug
02-09-2008








